Bibliotheek

“En zo maakten wij jullie tot een gematigd volk”

Geschreven door Dr. Ah’mad ibn ‘Abdul Rahman al-Qaadie en vertaald door Aboe Salmaan
111 keer gelezen

“En zo maakten wij jullie tot een gematigd volk”

Alle lof is voor Allah de Heer der werelden en de vrede en zegeningen over de boodschapper van Allah, zijn familie, metgezellen en eenieder die hen in de rechtgeleide weg volgt tot aan de Dag der Opstanding, voorts:

 

Allah heeft voor ons een religie uitgekozen die het beste past bij de aard van de mensheid, een geloof dat noch gaat naar de uitersten van ontbering, noch van laksheid, maar in plaats daarvan zorgt voor een middenweg, met andere woorden, een godsdienst van gemak.


Een van de kenmerken van de islamitische religie is de (gulden) middenweg, gematigdheid, doeltreffendheid en (het) vergemakkelijken. De islamitische religie is de middenweg tussen twee extremen en een tussenweg tussen de twee groepen. De moslims bevinden zich in de middenweg tussen alle andere religies.

 

Het woordje ‘al-Wasat’ is gekomen in de Arabische taal en omvat verschillende betekenissen, waaronder:


Allereerst: rechtvaardigheid/rechtvaardige getuigen
.


Aboe Sa’ied al-Khoedrie (moge Allah tevreden met hem zijjn) levert over dat de boodschapper van Allah ﷺ zei: “Noach zal worden geroepen op de Dag der Opstanding en gevraagd worden: “Heb jij de boodschap verkondigd?” Hij zal zeggen: “O jawel, Heer!” Zijn volk zal vervolgens geroepen worden en gevraagd worden: “Heeft Noach zijn boodschap aan jullie verkondigd?” Ze zullen ontkennen en zeggen: “Er is nooit een waarschuwer tot ons gekomen, en er is niemand tot ons gekomen...!” Er wordt tegen Noach gezegd: “Wie wil je als getuige oproepen?” Hij zal zeggen: “Mohammed en zijn natie.” En dit is de betekenis van de uitspraak van Allah: “Zo maakten Wij jullie tot een gematigd volk, opdat jullie getuigen zullen zijn voor de mensen.”Soerat al-Baqarah (2) aayah 143. Aboe Sa’ied al-Khoedrie zei: “Gematigd volk: de rechtvaardige getuigen. Ze zullen geroepen worden en getuigen dat Noach zijn missie van verkondiging daadwerkelijk voltooid heeft.” Zie Moesned Imaam Ah’mad 3/32.  

 

Ten tweede: de beste van alle naties.


Ibn Kethier (moge Allah hem genadig zijn) zei als commentaar op voorgaande vers: "Wij (Allah) hebben jullie (moslims) gericht naar de Qiblah van Ibraahiem  (Mekkah) opdat Wij jullie uitverkoren hebben om de beste natie te zijn.” Iedereen erkent jullie meerwaarde. Het woord ‘al-Wasat’ in deze context betekent de beste en de uitmuntende zoals er gezegd wordt: “De Qoeraysh behoort tot de ‘awsat’ van de alle Arabieren” oftewel: de beste van allen. De boodschapper van Allah ﷺ was de ‘al-Wasat’ (beste) onder zijn volk, oftewel: de beste onder de gehele stam Qoeraysh. Een soortgelijke betekenis is ook het ‘Woesta’ gebed die het beste gebed onder de vijf gebeden is, en dit is het ‘Asr gebed zoals dit bevestigd is in een authentieke overlevering. (Over de uitleg van het ‘Woesta’ gebed as-Salaat al-Woesta in de uitspraak van Allah: “Waakt over de salaat en (in het bijzonder) over de middelste (Woesta) salaat (al-'Asr). En staat voor Allah in ootmoed.” Soerat al-Baqarah (2) aayah 238).

Daar Allah deze natie tot de beste natie heeft laten behoren heeft Hij deze begunstigd met de beste wetgeving, en de beste methodiek en grondbeginselen. Zoals Allah  zegt: “Hij heeft jullie uitgekozen en Hij heeft het jullie in de godsdienst niet moeilijk gemaakt: (volgt) de godsdienst van jullie vader Ibraahiem. Hij is degene die jullie moslims genoemd heeft, vroeger en hierin (de Qor-aan): opdat de boodschapper getuige is voor jullie en opdat jullie getuigen zijn voor de mensen.” Soerat al-H’adjj (22) aayah 78. Zie Tefsier ibn Kethier 1/191.


Ten derde: de middelweg.

Ibn Djarier at-Tabariey (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Ik denk dat de middelweg in dit onderwerp het medium is in de betekenis van het deel dat tussen de twee uitersten zit zoals het middelpunt van het huis. Ik geloof dat de middelweg waarmee Allah de islamitische genoemd heeft de middelweg is in de religie. Ze hebben de middelweg in de religie in tegenstelling tot de christenen die tot het uiterste gingen in kastijding en het celibaat en hun overdrevenheid wat betreft de profeet ‘Iesaa (vrede zij met hem). Verder zijn de moslims ook niet zoals de joden die het Boek van Allah (Tawraat) veranderden, en de profeten doodden, en het verloochenen van hun Heer en hun ongeloof. Maar de moslims behoren tot de mensen van gematigdheid in de religie, zoals zij ook beschreven zijn door Allah. Het is zo dat Allah van gematigdheid houdt.” Zie Tefsier at-Tabarie 2/6. 

 

De waarheid is dat deze natie al deze drie beschrijvingen heeft verzameld: het is de rechtvaardige natie die op de Dag der Opstanding als getuige geroepen zal worden, het is de beste natie die voor de mensen is voortgekomen, en het is de natie die de middelweg bewandelt in de religie tussen twee uitersten (joden en christenen). Het is verrassend dat de geografische ligging van de islamitische natie ook in het midden van de continenten van de wereld is.


Net zoals deze islamitische natie de middelweg bewandelt in vergelijking met de andere naties, zijn de Ahloe s-Soennah wal-Djamaa'ah (de mensen van de Soennah en de Groep; zij die zich vasthouden aan de weg van de profeet ﷺ en zijn metgezellen) die zich vastklampen aan de zuivere Islaam degenen die de middelweg bewandelen tussen alle andere sekten die behoren tot de natie. Waaronder:


De middelweg in de geloofsovertuiging (‘Aqiedah):


Sheikh al-Islaam Ibn Taymiyyah (moge Allah hem genadig zijn) zei over de verduidelijking van de leer van Ahloe s-Soennah wal Djamaa’ah: “Zij bewandelen de middenweg tussen alle sekten van de natie, net zoals deze natie de middelweg is tussen de andere naties. Zij bewandelen de gulden middenweg wat betreft:

 

1 - De attributen (Sefaat) van Allah, tussen Al-Djahmiyyah die de attributen van Allah ontkennen en de al-Moeshabbihah die de attributen van Allah beschrijven en schetsen.

[Al-Djahmiyyah: Eén van de dwalende groeperingen. Al-Djahmiyyah is een verwijzing naar al-Djahm ibn Safwaan die gedood werd door Saalim of Salim ibn Ahwaz in het jaar 121 H. Hun methodiek betreffende de Eigenschappen (van Allah) is at-ta'tiel (het verwerpen) en het ontkennen, betreffende de Voorbeschikking hangen zij het idee van al-djabr aan en betreffende al-Iemaan (het Geloof) het idee van al-irdjaa-e: en dat is dat al-Iemaan enkel en alleen het erkennen met het hart inhoudt en dat de uitspraken en de handelingen niet tot al-Iemaan behoren. De verrichter van een grote zonde is bij hen dan ook een gelovige met een volmaakt geloof. Zij zijn dus moe'attilah, djabriyyah en moerdji-ah, en zij bestaan uit vele groeperingen (zie Sharh’ Loem'atoe l-I'tiqaad van al-Imaam Ibn 'Oethaymien (moge Allah hem genadig zijn)].

2 - Ze nemen ook het middelpunt van Allah’s Daden (af’aaloe llaah) tussen de Al-Djabriyah (de (valse) opvatting dat de dienaar gedwongen wordt tot zijn daden en daarin geen keus heeft) en al--Qadariyyah en anderen.

[Al-Qadariyyah: Één van de dwalende groeperingen in de Islaam. Zij ontkennen dat de daden van de dienaar zijn voorbeschikt en zeggen dat de dienaar een wil en vermogen heeft, die los staan van de Wil en het Vermogen van Allah. De eerste die deze uitspraak deed is Ma'bad al-Djahnie in het einde van de tijd van de metgezellen, die hij overnam van een Magiër (Zoroaster/ vuuraanbidder) in Basra (Irak). Zij bestaan uit twee groepen: extremisten en niet-extremisten. De extremisten ontkennen Allah's Kennis, Wil, Macht en Schepping van de daden van de dienaar en zij komen nauwelijks meer voor. En de niet-extremisten geloven dat Allah Kennis heeft van de daden van de dienaren, maar zij ontkennen dat deze plaatsvinden met de Wil, Macht en Schepping van Allah. En dit is hetgeen waarop hun methodiek zich gevestigd heeft (zie Sharh’ Loem'atoe l-I'tiqaad van al-Imaam Ibn ‘Oethaymien (moge Allah hem genadig zijn)].

3 – Over de metgezellen van de boodschapper van Allah ﷺ nemen zij ook de middelweg tussen de Ar-Raafidhah, en Al-Khawaaridj.

[Ar-Raafidhah (de Sjiieten): Één van de dwalende groeperingen in de Islaam. Zij zijn degenen die overdrijven met betrekking tot de familieleden van de profeet   (Ahloe l-Bayt) en de rest van de metgezellen ongelovig verklaren, of als grote zondaren zien. Zij zijn onderverdeeld in verschillende groeperingen; onder hen heb je de extremisten die beweren dat ‘Ali een god is en onder hen zijn er anderen dan deze. Zij worden ar-Raafidhah genoemd, omdat zij Zayd ibn ‘Alie ibn al-H’oesayn ibn ‘Aliy ibn Abie Taalib verwierpen (rafadha), toen zij hem ondervraagden over Aboe Bakr en ‘Oemar - moge Allah tevreden zijn met beiden, waarop hij Allah vroeg om hen genadig te zijn. Daarop verwierpen zij hem en namen afstand van hem.

En zij noemen zichzelf Shie'ah (Volgelingen), omdat zij beweren dat zij de familieleden van de profeet ﷺ (Ahloe l-Bayt) volgen, wraak voor hen nemen en hun recht in het leiderschap opeisen (zie Sharh’ Loem'atoe I'tiqaad van Ibn 'Oethaymien - moge Allah hem genadig zijn)].

 

[Al-Khawaaridj: Eén van de dwalende groeperingen in de Islaam. Zij zijn degenen die ‘Ali (moge Allah tevreden met hem zijjn) bestreden, vanwege het feit dat hij iemand als scheidsman had aangesteld. Hun methodiek is het verstoten van ‘Oethmaan en ‘Ali (moge Allah tevreden met hen zijjn) het in opstand komen tegen de regeringsleider wanneer hij tegenstrijdig handelt aan de Soennah, het ongelovig verklaren van de verrichter van een grote zonde en hem voor eeuwig in het Vuur plaatsen (zie Sharh Loem'atoe I'tiqaad van Ibn ‘Oethaymien - moge Allah hem genadig zijn)].


Wij zullen een voorbeeld noemen over de overdrevenheid en buitensporigheid in de geloofsovertuiging door dit verhaal:


Aboe Sa'ied al-Khoedrie (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd: "De profeet ﷺ was goederen aan het verdelen onder de metgezellen toen een man aankwam die Dzoe l-Khoeweysirah heette. Deze riep uit:"O boodschapper van Allah! Wees rechtvaardig bij het verdelen!" "Moge een ongeluk jou treffen!" reageerde de boodschapper van Allah ﷺ. "Als ik niet rechtvaardig was, wie zou het dan wel zijn? Ik zou verloren en met schande overladen zijn als ik niet rechtvaardig zou zijn."


'Oemar (moge Allah tevreden met hem zijn) vroeg razend van woede: "O Boodschapper van Allah! Laat mij zijn hoofd afhakken!" "Laat hem," zei de profeet ﷺ. "Uit zijn nageslacht zullen mensen voortkomen die bidden en vasten op zulk een manier dat jullie zich er klein tegenover voelen. Ze zullen de Qor-aan lezen maar hun recitatie zal niet verder gaan dan hun strotten. Ze zullen zich van de godsdienst verwijderen zoals een pijl die zich door zijn prooi boort". Zie Sah’ieh’ al-Boekhaarie 6/2540.  

 

Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: “Toen al-H’aroeriyyah (al-Kwawaaridj) zich hadden afgesplitst, en zij waren buitengewoon extreem, zei ik tegen ‘Ali: “O leider van de gelovigen! Stel het (Dhohr) gebed een beetje uit totdat het wat koeler wordt, in de hoop dat ik dan hen tegenkom en hen spreek.” ‘Ali zei: “Ik heb vrees voor jou.” Ik zei: “Welnee, met Allah’s Wil.” Ik droeg het beste kledingstuk dat ik had en ging naar hen terwijl zij in het midden van de dag aan het rusten waren. Ik ging bij hen binnen, en ik heb geen volk gezien die meer gedreven zijn in de inspanning in aanbiddingen (precies zoals de boodschapper ﷺ over hen vertelde) dan zij. Hun handen waren als de voeten van de kamelen (door hun inspanningen) en op hun voorhoofden zijn de effecten af te lezen van het veelvuldig neerknielen. Ik ging bij hen binnen en zei verwelkomden mij: “Welkom o zoon van ‘Abbaas.” Sommigen zeiden: “Ga niet met hem in debat, terwijl anderen wel graag in gesprek met Ibn ‘Abbaas wilden gaan.” Ik zei: “Vertel mij over hetgeen waarmee jullie ‘Ali de zoon van de oom van de boodschapper van Allah ﷺ, zijn schoonzoon en de eerste van de jongeren die in hem geloofde verwijten?!”

 

Zij zeiden: “Wij nemen hem drie zaken kwalijk.” Ik vroeg: “En welke zijn dat?!” Ze zeiden: “Hij heeft mannen in de religie van Allah laten oordelen terwijl Allah zegt in Zijn Boek: “Voorwaar, het oordeel is alleen aan Allah.” Soerat al-An’aam (6) aayah 57. Ik zei: “En dus?” Zij antwoorden: “Hij heeft oorlog gevoerd, en heeft geen oorlogsbuit gemaakt. Als degenen waarmee hij oorlog heeft gevoerd ongelovigen zijn dan zijn hun bezittingen legitiem voor hem, en als zij gelovigen zijn dan is hun bloed heilig en was het voor hem verboden deze oorlog te voeren.” Ik zei: “En dus?” Ze antwoordden: “Hij heeft de term ‘leider van de gelovigen’ van zich afgeschreven.” Ik zei tegen hen: “Als ik duidelijke verzen uit het Boek van Allah voorlees, en overleveringen van de boodschapper van Allah ﷺ wat jullie niet zullen ontkennen, zullen jullie dan terugkeren (van jullie standpunt over ‘Aliy)?!” Ze antwoordden bevestigend. Ik zei: “Jullie beweren dat hij (‘Aliy) mannen in de religie van Allah heeft laten oordelen, en Allah zegt: “O jullie die geloven! Doodt geen wild indien jullie in de gewijde staat zijn. En wie van jullie het opzettelijk doodt: dan is de vergelding het slachten van het vergelijkbare aan vee zoals beoordeeld door twee rechtvaardigen van jullie.” Soerat al-Maa-iedah (5) aayah 95. Verder zegt Allah over de vrouw en haar echtgenoot wanneer zij in onmin leven: “En als jullie een breuk tussen beiden vrezen: stuurt dan een oordeler (bemiddelaar) van zijn familie en een oordeler van haar familie.” Soerat an-Nisaa-e (4) aayah 35.

 

Ik vraag jullie bij Allah! Is het oordeel van mannen over hun bloed en levens en de goede verstanding tussen hen belangrijker of het oordeel over een konijn waarvan de prijs een kwart Dinar is?!” Ze antwoordden: “Jazeker!” Jullie zeggen dat hij oorlog heeft gevoerd en geen buit heeft gemaakt; of jullie beledigen jullie eigen moeder, of jullie maken legitiem wat jullie van andere vrouwen legitiem maken?!  (Dit omdat onze moeder ‘Aa-ieshah g bij het andere leger zat waartegen ‘Ali (moge Allah tevreden met hem zijn) oorlog heeft gevoerd) Als jullie dit beweren en dat zij niet tot jullie moeders behoort dan hebben jullie jezelf buiten de oevers van de Islaam geplaatst. Allah zegt: “De profeet is de gelovigen meer nabij dan zij zichzelf. En zijn echtgenotes zijn hun moeders.” Soerat al-Ah’zaab (33) aayah 6.  Jullie schommelen tussen twee dwalingen: dus kies maar zelf welke dwaling jullie over jullie zelf uitspreken! Willen jullie jezelf distantiëren van deze twee (dwalingen)?!” Zei zeiden: “O jawel!” Ibn ‘Abbaas vervolgde: “Jullie beweren dat hij (‘Ali) de term ‘leider van de gelovigen’ van zich heeft afgeschreven. De boodschapper van Allah ﷺ riep Qoeraysh op de dag van H’oedaybiyyah om met hen een verdrag af te sluiten. Hij zei: “Schrijf op: “Dit is wat Mohammed, de boodschapper van Allah, is overeengekomen met Qoeraysh …” Ze (Qoeraysh) zeiden: “Bij Allah, als wij geloven en weten dat je de boodschapper van Allah bent, dan zouden wij jou niet hebben verdreven van het Huis (Ka’bah) en jou niet bestreden hebben. Maar schrijf: “Mohammed, de zoon van ‘Abdullah.” De profeet ﷺ zei: “Bij Allah! Ik ben de boodschapper van Allah, ondanks dat jullie mij verloochenen. Schrijf o ‘Aliy: “Mohammed, de zoon van ‘Abdullah.” De boodschapper van Allah ﷺ is zonder twijfel beter dan ‘Aliy. Nemen jullie afstand van jullie bewering dat hij (‘Ali) de term ‘leider van de gelovigen’ van zich heeft afgeschreven)?! Ze antwoordden: “O jawel!” Twintigduizend van de Khawaaridj keerden terug naar de middelweg van Ahloe s-Soennah en er bleven vierduizend halsstarrig vasthouden aan hun dwaling en zij werden gedood.” Overgeleverd door At-Tabaraani, Ah’mad en ‘Abdoer-Razzaaq 10/158. Zie ook Madjma’ az-Zawaa-ied 6/239. 

 

In dit verhaal zitten vele lessen en voordelen:

  1. De meerwaarde van de oprechte vrome geleerden met grondige onwrikbare kennis over de Islaam, en hun grote impact en invloed op de natie.
  2. Er zijn extremisten in de religie die de dialoog en de zoektocht naar waarheid vermijden. Dit is op te maken uit het zinsdeel in het verhaal: “Ga niet met hem in debat.”
  3. De aanwezigheid van mensen die misleid zijn en die wel op zoek zijn naar de waarheid. Dit is op te maken uit het zinsdeel: “terwijl anderen wel graag in gesprek met Ibn ‘Abbaas wilden gaan.”
  4. De mensen van al-Bid’ah (nieuwlichterij) baseren zich op verstandelijke en religieuze teksten waaraan zij vasthouden (waar zij een eigen interpretatie aan geven).
  5. Het grote nut van een dialoog die gebaseerd is op kennis en wijsheid.
  6. Halsstarrigheid van sommige mensen van innovatie en het vasthouden aan een leugen, ondanks dat de leiding duidelijk van dwaling onderscheden is.


AL.ISLAAM.COM
Uw mobiele kennisbron over de Islaam

BESCHIKBAAR OP DE VOLGENDE APPARATEN